P.J.A. van Achthoven, J.H.L. van Banning
De regeling van de vervolging van bewindspersonen en Kamerleden voor ambtsmisdrijven gaat op de schop. Een van de voorgestelde wijzigingen houdt in dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad bevoegd wordt de vervolgingsbeslissing te nemen. Indien geen opdracht tot vervolging wordt gegeven, zou een belanghebbende beklag kunnen doen bij de Hoge Raad. Volgens ons kan deze procedure strijdigheid met artikel 6 EVRM opleveren en is nadere gedachtevorming over het inbouwen van waarborgen tegen de schijn van partijdigheid wenselijk.
Opinie | Redactioneel
januari 2026
AA20260003