14 EVRM

Afwijkend recht in Nederland

H.G. Hoogers

Post thumbnail

Sinds 10 oktober 2010 vormen Bonaire, Sint Eustatius en Saba samen een deel van Nederland. Vanwege de in veel opzichten afwijkende positie van deze eilanden van de rest van Nederland is in artikel 1 lid 2 van het Statuut een tijdelijke bepaling opgenomen die het mogelijk maakt dat de wetgever voor deze eilanden, binnen de grenzen van de Grondwet, afwijkende regels stelt. Artikel 132a lid 3 van de Grondwet beoogt een definitieve regeling voor deze afwijkingsbevoegdheid te scheppen.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
februari 2017
AA20170084

Alle dieren zijn gelijk (maar sommige meer dan andere)

J.H.L. van Banning, D. Pistora

Op 13 februari 2024 oordeelde het EHRM, in navolging van het Hof van Justitie, dat een Belgisch verbod op onverdoofde slacht verenigbaar is met het recht op godsdienstvrijheid. In dit redactioneel bespreken wij de verwerping van het beroep op het discriminatieverbod door het EHRM, en plaatsen wij enkele kritische kanttekeningen. Hoewel met deze rechtspraak de ruimte lijkt te zijn gecreëerd voor een verbod op onverdoofde slacht, pleiten wij desalniettemin voor een bredere discussie over de verhouding van een dergelijk verbod tot geaccepteerde praktijken in de bio-industrie.

Opinie | Redactioneel
januari 2025
AA20250003

Queering Courts

Een analyse van de gelijkehuwelijksrechtenjurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Amerikaans Hooggerechtshof

M.K. Shahid

Op 23 mei 2025 promoveerde Masuma Shahid aan de EUR met het proefschrift Queering courts. Analysing the Equal Marriage Rights Case Law of the European Court of Human Rights, the Court of Justice of the European Union and the United States Supreme Court. In deze bijdrage zet zij uiteengezet hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden en wat de bevindingen zijn.

januari 2026
AA20260073

Toetsing van belastingwetgeving aan het gelijkheidsbeginsel in Nederland en Duitsland

R. van der Hulle, R. van der Hulle

Post thumbnail

Zowel in Nederland als in Duitsland wordt belastingwetgeving regelmatig door belastingplichtigen met een beroep op het gelijkheidsbeginsel bij de rechter aangevochten. In deze bijdrage wordt bezien op welke wijze de Hoge Raad en het Duitse constitutionele hof beoordelen of belastingwetgeving in strijd is met dit beginsel. Hoewel beide rechtscolleges uitgaan van een ruime beoordelingsvrijheid voor de belastingwetgever, stellen zij zich niet altijd even terughoudend op.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2015
AA20150981