Deze maand
Het maandblad Ars Aequi bestaat 75 jaar! Reden voor de redactie en het stichtingsbestuur om uitvoerig stil te staan bij de kunst van het billijke, de losse vertaling van de naam van ons blad. In dit lustrumnummer staan auteurs stil bij verschillende perspectieven op en aspecten van de (redelijkheid en) billijkheid. Zo is er voor ieder wat wils binnen de kunst van het billijke. Het nummer bestaat uit drie delen.
Binnen ‘Billijkheid in metaperspectief’ wordt aandacht besteed aan de betekenis van ars aequi (Margreet Ahsmann), redelijkheid en billijkheid vanuit rechthistorisch perspectief (Michael Milo) en de rol van redelijkheid en billijkheid bij rechtsbeginselen en rechtsvorming (Rob van Gestel).
In ‘Billijkheid in privaatrechtelijk perspectief’ wordt stilgestaan bij redelijkheid en billijkheid binnen het erfrecht en huwelijksvermogensrecht (Lucienne van der Geld & Freek Schols), binnen het arbeidsovereenkomstenrecht (Ruth de Bock), binnen het ondernemingsrecht (Meriëlle de Zwart & Titiaan Keijzer) en binnen het familierecht (Machteld Vonk).
In ‘Billijkheid in publiekrechtelijk perspectief’ komen facetten uit het strafrecht (Ybo Buruma), bestuursrecht (Bert Marseille), fiscaal recht (Sigrid Hemels) en staatsrecht (Ingrid Leijten) aan bod.
Ivo Giesen sluit het nummer af met een persoonlijke noot.
Uitgelicht
Ius est ars boni et aequi: een uitspraak met eeuwigheidswaarde!
Margreet (M.J.A.M.) Ahsmann
Het familierecht en de werkelijkheid: billijkheid, zorg en arbeid
Machteld (M.J.) Vonk
Billijkheid in het strafrecht: van Aristoteles tot de taakstrafverboden
Ybo (Y.) Buruma
De Dworkin-test: procedurele proportionaliteit in het bestuursrecht
Bert (A.T.) Marseille
De kunst van het billijke in het fiscaal recht
Sigrid (S.J.C.) Hemels
De kunst van het billijke, nu en de komende 75 jaar
Ivo (I.) Giesen
Nieuwsbrief
Schrijf je in:





De redelijkheid en billijkheid is in ons Burgerlijk Wetboek in het vermogensrecht geplaatst. Die positie verbaast, omdat de norm zo fundamenteel is en over rechtsvinding handelt. Tot aan onze eerste codificatie van burgerlijk recht en in latere ontwerpen bevonden zich vergelijkbare bepalingen met uitwerking in aanvang van ons recht. Dat scherpt in dat het in het recht niet om de regel gaat, noch om de individuele vrijheid, maar om rechtvaardigheid.