De wetten moeten schendbaar zijn!


Het tweede lid van artikel 131 Grondwet luidt: ‘De wetten zijn onschendbaar. Deze bepaling, die de rechter verbiedt formele wetten te toetsen aan de Grondwet, zou volgens sommigen bij wijziging van de Grondwet herzien moeten worden. Zowel de samenstellers van de Proeve van een nieuwe Grondwet (1966) als een meerderheid van de leden van de Staatscommissie van advies in zake de Grondwet en de Kieswet (tweede rapport) stellen een herziening van artikel 131 lid 2 Grondwet voor’.
De voorgestelde veranderingen zouden erop neerkomen dat de rechter de bevoegdheid krijgt wettelijke voorschriften buiten toepassing te la ten als toepassing van die voorschriften niet verenigbaar zou zijn met de grondrechten. De rechter zou dus bij invoering van deze verandering de wetten niet mogen toetsen aan andere bepalingen uit de Grondwet. Zowel de Staat commissie als de samenstellers van de Proeve willen de grondrechten, al dan niet gewijzigd, tezamen brengen in het eerste hoofdstuk van een eventueel vernieuwde Grondwet.
Als ik in onderstaande beschouwing zal spreken over toetsing aan grondrechten, wordt, tenzij anders vermeld, bedoeld, de bezigheid van de gewone rechter te beoordelen of in een hem voorgelegd geval de wet in overeenstemming is met de dan vigerende grondrechten in de nationale Grondwet.
De vraag is: is het wenselijk de rechter tot een dergelijke beoordeling te verplichten?
Daartoe zal ik een overzicht geven van de voor- en nadelen van het toetsingsrecht, terwijl nader zal worden ingegaan op de betekenis van de grondrechten.


Verschijningsvorm: Maandbladartikel (download pdf)

Auteur(s): P. Elverding

Verschijning: januari 1970

Archiefcode: AA19700490

Algemeen juridisch Staats- en bestuursrecht Staatsrecht / constitutioneel recht