Keeping it in the family (office)

Met family offices, investeringsmaatschappijen gericht op het behoud en beheer van het vermogen van welgestelde families (Wessel 2013, p. 18), zijn grote finan­ciële belangen gemoeid. Alleen al in de Benelux zijn er zo’n 125 actief en wereldwijd beheren family offices zo’n 3,9 biljoen dollar (Van der Marel, fd.nl; Deloitte 2024, p. 15). Toch lijken zij grotendeels te ontsnappen aan de juridische spotlights. Hoewel het gebrek aan gepubliceerde rechtspraak gezien de besloten verhoudingen en de voorkeur voor arbitrale geschillenbeslechting begrijpelijk is, achten wij het gebrek aan juridisch onderzoek opvallend. Daardoor kennen family offices namelijk ook weinig duiding van de (mogelijk) op hen toepasselijke juridische standaarden. Dat maakt hen, zo illustreert de Financial Times, gevoelig voor beleggingsfraude (Spero & Walker, ft.com). Bij ons rijst derhalve de vraag: hoe kan een beter begrip van family offices bijdragen aan het ondervangen van beleggingsfraude in die sector?

Voor het behoud en de groei van familievermogen beheren beleggingsmanagers van family offices een investeringsportfolio. Uit empirisch onderzoek blijkt zo’n portfolio meestal te bestaan uit beleggingen in beursgenoteerde of private aandelen (Campden Wealth 2025, p. 38). Dit neemt niet weg dat de concrete vormgeving van de governance en de portfolio’s van family offices sterk van elkaar kunnen verschillen, wat het formuleren van één specifieke definitie van ‘family office’ compliceert. Archegos werd bijvoorbeeld geleid door één familielid dat een (te) risicovol portfolio beheerde (reuters.com). Echter, een family office kan ook zijn opgezet als cash holding company – met een (zeer) risico-avers portfolio – voor twee afzonderlijke families. Dan ontstaat evenwel het risico dat één van de families haar belang overdraagt aan een partij die een minder risico-avers portfolio wil nastreven, met alle gevolgen van dien (OR-2025-230). Verder bestaan verschillende gespecialiseerde fondsen die hun diensten op vermogende families richten.

De verschillende verschijningsvormen van family offices kunnen het onderscheid met beleggingsfraudeurs diffuus maken. Beleggingsfraude kan worden omschreven als ‘frauduleus handelen rondom het sluiten van beleggingsovereenkomsten.’ Meer concreet is beleggingsfraude een overkoepelende aanduiding voor diverse frauduleuze manieren waarop fraudeurs, middels het verstrekken van informatie of misleidende beloften over rendementen of (niet-bestaande) beleggingsproducten, beleggers overhalen om te investeren in finan­ciële producten (AFM 2025, p. 6; Jurgens 2012, p. 129). Meestal wordt beleggingsfraude tenlastegelegd als oplichting, al dan niet in combinatie met commune delicten als valsheid in geschrifte, verduistering en (ge­woon­te)wit­was­sen, en/of bijzondere economische delicten onder de Wet finan­cieel toezicht (Wft). Illustratief voor beleggingsfraude-gerelateerde risico’s met het voordoen als family office in Nederland is de strafzaak Janse Capital. De verdachte exploiteerde feitelijk een eenmanszaak, maar presenteerde zich als ervaren tech­inves­teer­der, CEO van Janse Capital Family Office. In plaats van conform de gesloten beleggingsovereenkomsten te investeren in ‘tech­aan­delen’, besteedde hij de inleg in werkelijkheid aan luxe hotels, restaurants en auto’s. Hij werd veroordeeld ter zake van oplichting, verduistering, witwassen en overtreding van de Wft (ECLI:​NL:​RBAMS:​2025:​10281).

De mate waarin op natio­naal niveau family offices verder betrokken zijn bij beleggingsfraude is moeilijk te onderzoeken. Immers, niet alleen is ‘beleggingsfraude’, maar ook – en vooral –‘family office’ een func­tio­nele, niet-wettelijke en daarmee niet strikt afgebakende term. Bovendien centreren strafzaken zich rondom het beslissingsmodel van de artikelen 348 en 350 Sv, waardoor de kwalificatie van een investeringsmaatschappij als al dan niet zijnde een family office weinig ter zake doet voor de strafrechter.

Betekent dit dat onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen, governance-aspecten en toepasselijke juridische kaders niet van toegevoegde waarde kan zijn voor het beheersen van beleg­gings­fraude­risico’s bij family offices? Onzes inziens is dat geenszins het geval. Dieper inzicht in de werking van family offices en een analyse van de toepasselijke civiel- en finan­cieelrechtelijke kaders kan toezichthouders helpen in het duiden van het soort family office waarmee zij te maken hebben, hetgeen behulpzaam kan zijn bij de inventarisatie van specifieke beleg­gings­fraude­risico’s. Met beleggingsfraude als een urgent en groeiend maatschappelijk probleem is dat geen overbodige luxe (AFM 2025, p. 14). Elke analyse begint echter met het formuleren van een definitie, ook al is dat een complexe opgave. Die complexiteit is wellicht juist extra reden tot onderzoek, zeker als dit fraudeurs out of the family office houdt.

Dit redactioneel van Jeronym Machek & Meriëlle de Zwart is verschenen in Ars Aequi april 2026.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *