De vergeten psychologie van openbaarheid: Woo, Epsteinfiles en het biedlogboek

Transparantie lijkt momenteel een beetje kapot. Niet als ideaal, maar wel in debat en praktijk. Zodra transparantie ‘wordt geleverd’, verschijnen zwarte balken. Hoe meer wordt weggelakt, hoe harder wordt geroepen om meer openheid. Dat mechanisme is nu ook te zien bij de openbaarmaking rond de Epsteinfiles. De Amerikaanse overheid lakt weg en zegt in tranches te publiceren om slachtoffers te beschermen. Het effect van zo’n half-open uitrol is echter voorspelbaar. Flarden tekst zonder context worden munitie voor speculatie. De balken func­tio­neren niet alleen als schild, maar ook als teaser: wat is weggelakt? Slachtoffers krijgen zo een publieke herbeleving, terwijl anderen met de informatie aan de haal gaan. Het oogt soms meer als politiek procesmanagement dan als openbaarheid.

Hetzelfde speelt ook in Nederland: openbaarheid wordt al snel een discussie over lakken. Het debat over de Wet open overheid (Woo) neigt naar het reduceren van transparantie tot een pakket papier, een deadline en een lakstift. Henri Bontenbal stelde onlangs dat honderden fte’s bezig zijn met de Woo, waarbij ‘zwartlakken’ het beeld werd. Rond de kerst verscheen een open brief van 76 journalisten, gepubliceerd via De Telegraaf en online. Hun boodschap aan de formerende partijen: beperk de Woo niet. In hun brief staat wat in het Woo-debat vaak ondersneeuwt. Overheidsdocumenten zijn niet het privébezit van de overheid, en openbaarheid is een voorwaarde voor democratische controle. Deze journalisten reageren op voorstellen om het aantal op te vragen documenten te maximeren. En interne e-mails en concepten uit te zonderen en de huidige uitzonderingsgronden te verruimen. De open brief lees ik als bezorgdheid over transparantie die verwordt tot een etalage. Daarin worden de zelf gekozen documenten uitgelicht; de rest verdwijnt achter het gordijn.

Op de huizenmarkt zie je de discussie over transparantie opnieuw oplaaien, met snoeiharde kritiek van organisaties als Vereniging Eigen Huis op wat ‘transparant’ heet te zijn. De NVM lanceerde het ‘Protocol Transparant Bieden Woonruimte’ en zegt daarmee het biedproces te verduidelijken, met verkoopmethoden en het biedlogboek. De afgelopen jaren lukte het überhaupt al niet om afspraken te maken over een transparanter koopproces. Het nieuwe protocol is vanaf 1 februari 2026 verplicht voor NVM-makelaars. Het laat open inschrijving toe, waarbij tijdens de biedtermijn alleen de verkopende partij het biedlogboek kan inzien en kopers in het duister tasten. Voor kopers komt die transparantie wel achteraf en daarmee te laat. In een huizenmarkt met weinig aanbod en prijzen die blijven stijgen, hebben kopers én verkopers volgens mij behoefte aan transparantie. En in elk geval aan duidelijke regels.

Of het nu om dossiers, ministeries of biedingen gaat: ik geloof pas in transparantie als gedrag verbetert in plaats van verschuift naar de schaduw. Transparantie is gediend bij duidelijke regels en een eenvoudige vorm. Als openbaarheid verwordt tot een doorgeslagen bureaucratie, werkt het averechts. Wie voortdurend het gevoel krijgt dat elke conceptzin een toekomstige rel kan worden, gaat minder vastleggen en vooral teksten produceren die niets zeggen.

Daarom moet transparantie terug naar een simpele norm: het moet de rechtsstaat en de huizenmarkt dienen, niet het wantrouwen. In de psychologie is al langer bekend dat verwachtingen gedrag kunnen vormen. Een self-fulfilling prophecy is dat een verwachting onbedoeld bijdraagt aan het gedrag dat die verwachting bevestigt. Het Pygmalion-effect is de positieve variant: hoge verwachtingen kunnen prestaties en gedrag verbeteren. Als de overheid, ambtenaren en vastgoedprofessionals structureel worden gezien alsof ze per definitie iets te verbergen hebben, kan dat defensief handelen oproepen. Als openbaarheid daarentegen wordt ontworpen als normaal proces, met heldere uitzonderingen, goede context en echte bescherming van kwetsbaren, ontstaat ruimte om aan vertrouwen te bouwen.

In de bokswereld is de rookmachine onderdeel van de productie: niet alles wordt verteld. Rond het gevecht Jake Paul - Anthony Joshua werd in de sportjournalistiek geschreven: volledig transparant wordt dit nooit. Maar ja, je betaalt ook niet voor transparantie. Je betaalt voor een knock-out of in elk geval het idee dat die elk moment kan vallen. Zo’n showmodel is duidelijk niet geschikt voor de rechtsstaat en de huizenmarkt. Wie het proces van transparantie inricht alsof het een boksgala is, krijgt veel rondes, veel commentaar, en na afloop vooral mensen die nog staan te wankelen. Maar niemand die precies kan aanwijzen wie waarvoor verantwoordelijk was!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *