Ars Aequi mei 2026
In een verkiezingsproces worden verschillende besluiten genomen die grote gevolgen kunnen hebben voor de uitslag van de verkiezingen. In Nederland kunnen dergelijke besluiten niet aan een rechter worden voorgelegd en daarmee voldoet de Nederlandse praktijk van het beoordelen van geschillen in het verkiezingsproces niet aan de criteria die het EHRM hieraan stelt. Aanpassing is dus noodzakelijk, maar niet eenvoudig stelt Leontine Loeber.
De roep om strategische autonomie klinkt steeds luider in Europa. Jotte Mulder onderzoekt hoe dit abstracte beleidsbegrip in Nederland wordt vertaald naar toetsbare nationale‑veiligheidsrisico’s onder de Wet Vifo. Hij stelt dat wie grenzen wil stellen zonder muren te bouwen, precies moet zijn in wat onder ‘veiligheid’ valt en duidelijk moet maken wanneer strategische afhankelijkheid omslaat in een veiligheidsprobleem.
Pieter Wolters geeft een overzicht van het cybersecurityrecht. Hij bespreekt de belangrijkste Europese cybersecurityverplichtingen en maakt door middel van een duidelijke categorisering helder hoe de verschillende verplichtingen en instrumenten zich tot elkaar verhouden.
Aan de hand van de fictieve casus van de val van Gollum in The Lord of the Rings: The Return of the King illustreert Mirnah Scholten hoe moderne inzichten over rationeel bewijzen – zoals het werken met alternatieve scenario’s – kunnen bijdragen aan zorgvuldige oordeelsvorming in strafzaken. Zij biedt studenten met deze casus een toegankelijke en laagdrempelige kennismaking met het strafrechtelijke bewijsrecht.
Volgens Aristoteles kan je het publiek niet overtuigen met uitsluitend redelijke argumenten (logos) maar dien je ook hun vertrouwen in de kunde en betrouwbaarheid van de spreker (ethos) en hun emoties (pathos) op te wekken. Toch lijkt het erop dat het gebruik van ethos- en pathosargumenten in de rechtenstudie niet wordt onderwezen. Carel Smith vraagt zich af of we daaruit kunnen afleiden dat in het moderne recht het publiek uitsluitend wordt overtuigd met redelijke argumentatie.
De vraag ‘hoe het nu zit’ met het vermelden van bronnen bij het schrijven van rechtswetenschappelijke teksten blijft onverminderd actueel. Marnix Snel bespreekt een aantal kwesties die in de (onderwijs)praktijk regelmatig tot vragen en problemen leiden, maar in de literatuur nog onvoldoende aandacht hebben gekregen. Ingegaan wordt onder meer op het baseren van langere passages op één bron, structuurontlening, secundaire bronverwijzingen, het kunstmatig vergroten van de bronnendichtheid en de invloed van generatieve AI.
Dat en nog veel meer lees je in het Ars Aequi meinummer.
Bekijk inhoudsopgave
U heeft geen toegang tot de download(s) van dit product.
Login of bekijk onze abonnementen





