Toont alle 4 resultaten

‘(On)eerlijk duurt het langst’ of hoe het Burgerlijk Wetboek een gelegenheid tot (kunst)diefstal schept

R. Huyten, A. Piëtte

De regeling van de verkrijgende verjaring in het Burgerlijk Wetboek brengt mee dat na verloop van twintig jaar een dief van kunstvoorwerpen civielrechtelijk niets meer te duchten heeft. Hij is zelfs eigenaar geworden. Er bestaat echter de mogelijkheid dat hij door het Openbaar Ministerie (strafrechtelijk) vervolgd zou kunnen worden wegens heling indien hij het gestolen goed alsnog probeert te verkopen. Daarnaast bestaan in het strafrecht verschillende mogelijkheden om het gestolen voorwerp aan het bezit van de dief-heler en/of koper-heler te onttrekken. Het strafrecht disharmonieert op dit punt met het privaatrecht. Deze discrepantie tussen strafrecht en privaatrecht zal in het onderstaande stuk nader onderzocht worden.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1995
AA19950454

September 1990

Katern 36: Strafrecht

J. Silvis

Juni 1991

Katern 39: Strafrecht

C.H. Brants

Wetenschap en voorwaardelijke opzet

J. de Hullu

Hoge Raad 16 februari 1993, nr. 93.235, ECLI:NL:HR:1993:AD1828 In een zaak die over heling gaat komen twee aspecten van het materiële strafrecht aan de orde. Ten eerste is het de vraag of er met de wijziging van de regels rondom heling sprake is van een wijziging in de strafbaarheid van de gedraging. Ten tweede dient te worden uitgemaakt of onder het bestanddeel 'wetende dat' ook voorwaardelijk opzet geschaard kan worden. In de noot wordt dieper op het leerstuk van voorwaardelijk opzet ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 1993
AA19930491

Toont alle 4 resultaten