Toont alle 9 resultaten

Audiovisuele mediadiensten en het internet

N.A.N.M. van Eijk

Lang was het adagium dat op het internet alles anders is. Bestaande regels waren niet van toepassing, onderliggende rechtsbeginselen dienden te worden herzien. Eigenlijk waren er helemaal geen regels nodig want het internet, dat regelde zichzelf. Inmiddels blijkt de praktijk hardnekkiger. Rechtsbeginselen uit de ‘oude’ wereld staan veelal nog als een huis (vrijheid van meningsuiting, privacy, rechtmatigheid/ onrechtmatigheid) maar moeten wat de toepasbaarheid betreft wel vertaald worden naar de nieuwe technologische omgeving. In deze bijdrage wordt aan de hand van de recente Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten geïllustreerd hoe een dergelijke vertaalslag plaats heeft gevonden en wat daarbij mis kan gaan. Oude regels worden soms wat al te gemakkelijk doorgetrokken naar het internet.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
Juli 2008
AA20080549

De historie van het Curaçaose offshore-regime

G.D. Rekwest

Post thumbnail De huidige opstelling van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de Europese Unie ten aanzien van internationale belastingconstructies die kleine jurisdicties zoals Curaçao faciliteren, staat in schril contrast met de rol die hun leden, met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, hebben gespeeld bij het ontstaan van de offshore. Welke factoren hebben bijgedragen aan de opkomst en neergang van de offshore-sector op Curaçao?

Verdieping | Verdiepend artikel
September 2020
AA20200781

Grondige beginselen?

S. van Gessel, H. van der Tas

Dit redactionele artikel geeft de wijzigingen weer die het Verdrag van Amsterdam maakt in het Verdrag van de Europese Unie.

Opinie | Redactioneel
Juli 1998
AA19980645

Het Post-Kadi Tijdperk

Over hoe een progressieve benadering vooruitgang kan smoren

L.J. van den Herik

Post thumbnail De directe verdienste van het Kadi-arrest van 2008 is dat het geleid heeft tot de oprichting van de VN-Ombudspersoon en betere rechtsbescherming binnen het Al-Qaeda-sanctieregime. Echter de Kadi-zaak richt zich uitsluitend op dit sanctieregime en ook in de literatuur is het meer algemene gebrek aan rechtsbescherming voor alle sanctieregimes onderbelicht gebleven. Recente politieke voorstellen om het mandaat van de Ombudspersoon geleidelijk uit te breiden naar andere regimes trachten hier verandering in aan te brengen. Maar het laatste Kadi-arrest van 18 juli 2013 lijkt deze ambities op een lager pitje te zetten nu het de Ombudspersoon als zodanig als onvoldoende heeft aangemerkt. Dit artikel bespreekt het meer algemene probleem van onvoldoende rechtsbescherming binnen sanctieregimes en de implicaties van het meest recente Kadi-arrest.

Verdieping | Verdiepend artikel
November 2013
AA20130811

September 2002

Katern 84: Staatsrecht

R. de Lange

December 2002

Katern 85: Mensenrechten

M.L. van Emmerik

December 2002

Katern 85: Rechtsfilosofie en rechtstheorie

A. Soeteman

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 1950-2021

Landmark Cases on Asylum and Immigration Law

E.R. Brouwer, S.G. Kok, K.M. Zwaan

Post thumbnail

De belangrijkste Engels- en Nederlandstalige uitspraken op het gebied van het vreemdelingenrecht van 1950 tot en met 2021 speciaal geselecteerd en geannoteerd voor gebruik in het onderwijs en de rechtspraktijk.

Important decisions between 1950 and 2021 in the area of asylum and immigration law have been compiled, with annotations from experts at Dutch universities to serve as a tool for education at universities and colleges, as well as professional education for judges, legal practitioners, and government staff.

9789493199330 - 28-7-2021

Strafrechtelijke samenwerking in de Europese Unie: interstatelijk vertrouwen als weerlegbaar vermoeden

J.W. Ouwerkerk

In 1999 werd het beginsel van wederzijdse erkenning als leidend beginsel van de toekomstige justitiële samenwerking in strafzaken in de Europese Unie. Er werd een hoge mate van onderling vertrouwen verondersteld aanwezig te zijn. Inmiddels is gebleken dat deze veronderstelling niet juist is. In deze bijdrage onderzoekt Jannemieke Ouwerkerk hoe gerechtvaardigd het is om vertrouwen te stellen in het handelen van andere lidstaten en ook of het gerechtvaardigd vertrouwen reden geeft de lidstaten te verplichten tot een min of meer automatische erkenning van elkaars strafrechtelijke beslissingen.

Opinie | Opiniërend artikel
Oktober 2012
AA20120735

Toont alle 9 resultaten