De wonderbaarlijke geschiedenis van de onrechtmatige overheidsdaad in de 19e en 20e eeuw


Onder water staande palen, onzichtbare hompels en uitstekende bouten bij bruggen en sluizen stelden de negentiende eeuwse rechter voor de vraag of de overheid daarvoor aansprakelijk is. Gebleken is dat het beeld dat de burgerlijke rechter pas in de twintigste eeuw een begin heeft gemaakt met de rechtsbescherming van de burger tegen onrechtmatig overheidshandelen, moet worden bijgesteld.
De problematiek van de onrechtmatige overheidsdaad is een boeiende maar ook weerbarstige materie. Vragen van formele procesrechtelijke aard zijn namelijk verknoopt met de rechtstatelijke vragen naar de afbakening tussen het terrein van het bestuur en dat van de rechter. Het gaat dan om kwesties als de bevoegdheid van de burgerlijke rechter en de al dan niet ontvankelijkheid van de vordering. Hierbij komen dan ook nog ‘gewone’ civielrechtelijke vragen, over de vraag welke eisen aan de vordering uit onrechtmatige daad – art. 6:162 BW – worden gesteld indien de overheid wordt aangesproken.

In dit Ars Aequi Rechtsvergelijking & Rechtsgeschiedenis cahier wordt de historische achtergrond van deze problematiek belicht door de ontwikkeling van de rechtspraak daarover in de loop van de negentiende en twintigste eeuw te onderzoeken. Een dergelijke achtergrond ontbreekt veelal – begrijpelijkerwijs – in de beschouwingen in de moderne hand- en leerboeken.

Bekijk inhoudsopgave


Verschijningsvorm: Boek

Papieren uitgave

Auteur(s): G.E. van Maanen

Verschijningsdatum: 1-6-1996

ISBN: 9789069162294

Pagina's: 80

Metajuridica InleidingRechtsgeschiedenisRechtsvergelijking

Alle uitgaven Cahiers Cahiers Rechtsvergelijking en rechtsgeschiedenis

 27,50