Burgerlijk Wetboek 2021-2022


De actuele wettekst van het Burgerlijk Wetboek (boek 1 tm 10, overgangswet en transponeringstabel) opgenomen zoals deze op 1 juli 2021 luidt.
Als ook een aantal ontwerpteksten die ofwel naar verwachting in de loop van het academisch jaar zullen worden ingevoerd, ofwel reeds in het onderwijs worden gebruikt. Laatstgenoemde teksten zijn nog niet van kracht geworden en zijn daarom cursief gezet.

Speciaal voor het onderwijs zijn de artikelen 21, 22 en 22bis van de Invorderingswet (na art. 3:282), artikel 185 Wegenverkeerswet (na art. 6:184), de artikelen 101 en 102 VwEU (na art. 6:193k), de artikelen V en VI van de Wet van 3 juli 1996 houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (na art. 7:648), de artikelen 15 tot en met 34 WvK (na art. 7A:1688), de bepalingen betreffende de wettelijke gemeenschap van goederen in titels 1.7 en 1.8 van voor 1 januari 2018 en de bepalingen betreffende huwelijksvermogensstelsels in titel 10.3 van voor 29 januari 2019 opgenomen. Tevens zijn de voor het BW relevante artikelen uit de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid (Stb. 2020, 124) achter de BW-artikelen geplaatst waar zij betrekking op hebben.

De wetsartikelen zijn in de marge voorzien van trefwoorden. Bovendien zijn verwijzingen naar andere relevante artikelen opgenomen in de verwijzingentabel achterin deze uitgave. Voor degenen die de invoering van het nieuwe BW in 1992 niet of niet bewust hebben meegemaakt zijn in de eveneens achterin opgenomen transponeringstabel de ontwerpnummers opgenomen die onontbeerlijk zijn bij de raadpleging van de parlementaire geschiedenis.

 

Bekijk inhoudsopgave


 29,50