Burgerlijk Procesrecht 2020


Selectie van de belangrijkste wet- en regelgeving op het gebied van het burgerlijk procesrecht zoals deze geldt op 1 oktober 2019.

In deze actuele bundel is de Spoedwet KEI (Stb. 2019, 241) verwerkt. Bovendien is zowel het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken vóór 1-10-2019 als het procesreglement ná 1-10-2019 opgenomen.

Vanaf 1 oktober 2019 is in vorderingsprocedures bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, (weer) het recht van toepassing zoals dat bij de andere rechtbanken geldt in dagvaardingsprocedures waarin partijen niet in persoon kunnen procederen. Op die datum is ingevoerd de voor alle rechtbanken geldende Wet van 3 juli 2019, Stb. 241, tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot intrekking van de verplichting om elektronisch te procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en tot verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling in het civiele procesrecht. Zo zijn de termen ‘comparitie’ en ‘pleidooi’ verdwenen en is een grotere nadruk gelegd op (de regie van de rechter via) de mondelinge behandeling). Omdat de lopende digitale procedures afgemaakt worden, hebben we de KEI-wetgeving nog wel opgenomen.

Bij de Hoge Raad, daarentegen, is op 1 maart 2017 de digitalisering van de cassatierechtspraak met succes gestart en kunnen advocaten in civiele zaken hun documenten in een digitaal portaal uploaden. Dit betekent dat bij de Hoge Raad digitaal procederen een feit is en veel advocatenkantoren geen gebruik meer hoeven te maken van faxapparatuur.

De wetsartikelen zijn in de marge voorzien van toelichtende kopjes en de bundel bevat een uitgebreid trefwoordenregister.

Bekijk inhoudsopgave


 39,50