Vind een bijzonder nummer

Kies het jaar of thema van het bijzonder nummer en ga naar de aflevering.

Deeplink naar deze pagina:
https://arsaequi.nl/bijzondernummer/2007

Bijzonder nummer 2007 – Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap

‘De juristen moeten de vragen stellen’

Interview met prof. Hans Nieuwenhuis

H. Nieuwstadt, E.A.G. van Schagen

"Rechtsvinding is vooral een kwestie van subsumptie. Valt feit x onder wettelijke regel y? Alle grote boeken die over rechtsvinding geschreven zijn, gaan eigenlijk over het terrein dat voorbij de wet ligt. Maar dit laat volstrekt onverlet dat men het recht vindt, door in de wet te kijken, en in veel gevallen die wet toe te passen. In een aantal gevallen is subsumptie echter problematisch. Dan zal een wettelijke regeling uitgelegd moeten worden.’

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070920

Begrippen – begrijpen – begrepen

Over wetenschap tussen recht en informatica

L. Mommers

Je hoort mensen wel eens zeggen dat regels regels zijn – zelfs politici maken zich daar soms schuldig aan. Het misverstand is dat regels zich zouden lenen voor feilloze toepassing – zoals Montesquieu de ideale rechter zag als ‘bouche de la loi ’. Probleem is dat je om dit te bereiken, de regels zo speci- fiek moet maken dat ze weliswaar eenvoudig toepasbaar zijn, maar ook leiden tot grote rigiditeit. Dat is in een notendop het risico van toepassing van informatica bij de uitvoering van juridische taken: informatica vraagt om specificiteit vooraf, om zeer nauwkeurige instructies. Maar het recht vraagt om ruimte voor discretionaire bevoegdheden en open normen die geschikt zijn om toe te passen op nieuwe, onvoorziene situaties. In deze bijdrage gaat het over de inhoudelijke en metho-dologische wrijvingen die voortvloeien it dit verschil tussen recht en informatica.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070837

Een multidisciplinaire benadering van het ongehuwd samenleven

W.M. Schrama

In deze bijdrage staat mijn proefschriftonderzoek centraal naar de juridische implicaties van het ongehuwd samenleven in het Nederlandse en Duitse recht. Het grootste deel daarvan bestaat uit een rechtswetenschappelijke analyse van het ongehuwd samenleven in beide rechtsstelsels. Daarnaast is een literatuurstudie uitgevoerd naar sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar het ongehuwd samenleven in Nederland en Duitsland. Het combineren van beide perspectieven op het ongehuwd samenleven geeft aanleiding tot enkele reflecties op multidisciplinair onderzoek. In het bijzonder wordt enerzijds ingegaan op de meerwaarde van een dergelijke benadering en anderzijds op de concrete knelpunten die zich bij dit onderzoek hebben voorgedaan. Het onder de aandacht brengen van deze benadering is zinvol, omdat multidisciplinair onderzoek veelbelovend lijkt en binnen het privaatrechtelijk onderzoek in toenemende mate belangstelling geniet, maar er tot op heden binnen dit rechtsgebied weinig theorievorming bestaat over de methodologische aspecten en de praktische uitvoering ervan.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070869

Effectieve bestuursbesluiten

M. Herweijer

In dit artikel wordt beschreven hoe er onderzoek wordt gedaan naar de effectiviteit van bestuursbesluiten. Dit is voor bestuursorganen waardevolle informatie en gebruiken daarvoor verschillende onderzoeksmethoden.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070895

Enkele beschouwingen over de interdisciplinaire rechtswetenschap. Braudel als uitgangspunt van een afbakening?

P.A. Fruytier

Het is geen overdrijving, wanneer gesteld wordt dat de naoorlogse historische wetenschap grotendeels in het teken heeft gestaan van de interdisciplinariteit. Als grote voorstanders hiervan kunnen vooral de Annales-historici, zoals la Roy Ladurie en Braudel genoemd worden. Reeds vanaf het verschijnen van zijn bekendste werk La Méditerranée et le Monde Méditerranéen a l’époque de Philippe II (1947) tot aan zijn dood in 1985, bleef Braudel afgeven op historici die zich alleen bezig hielden met ‘feitengeschiedenis’. Volgens Braudel en zijn volgelingen kon de geschiedenis alleen begrepen worden vanuit een totaalvisie. De grote historische ontwikkelingen konden slechts duidelijk worden, wanneer minder aandacht werd besteed aan de ‘grote mannen’, en juist over lange tijdspannes – de longue durée –de geografische, demografische, economische en sociale factoren in ogenschouw werden genomen.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap | Opinie | Redactioneel
November 2007
AA20070831

Law & Economics: Who, Why and How?

G. Dari-Mattiacci

A new idea, just like a new product, needs to find a market niche, demonstrate its usefulness to potential users and pass the test of actual practical use. In many ways, in the last forty years Law & Economics (L&E) has done all of the above. Should you also ‘buy’ L&E?

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070877

Meer dan geld alleen

Resultaten van een onderzoek naar behoeften, verwachtingen en ervaringen van slachtoffers en hun naasten met betrekking tot civiele aansprakelijkheid

A.J. Akkermans, H. Elffers, R.M.E. Huver, K.A.P.C. van Wees

Bij herzieningen van het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht worden vaak veronderstellingen gedaan over hoe slachtoffers en naasten over de betreffende herziening denken en in hoeverre deze aan hun behoeftes tegemoet komt. Dat zijn echter vaak niet meer dan hypotheses. Exemplarisch is in dit verband de discussie rond het wetsvoorstel affectieschade. In die discussie hebben allerlei partijen het nodige aangevoerd over wat slachtoffers wel en niet zouden willen, maar empirische gegevens om deze veronderstellingen te onderbouwen ontbreken grotendeels. Dit heeft toenmalig minister Donner ertoe gebracht om onderzoek te laten verrichten naar de verwachtingen die slachtoffers en hun naasten van het aansprakelijkheidsrecht hebben (ook in meer brede zin dan enkel ten aanzien van affectieschade), en wat in deze hun behoeftes zijn. In dit kader is door het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van de Vrije Universiteit Amsterdam onlangs een eerste verkennend onderzoek afgerond. In dit artikel zullen de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek worden gepresenteerd. Allereerst zal echter kort worden stilgestaan bij een belangrijke aanleiding voor dit onderzoek: het debat over het wetsvoorstel affectieschade.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070852

Ombudsmanwerk tussen overheid en burger

P. Langbroek

In dit artikel wordt ingegaan op de functies die een ombudsman kan vervullen in de verhouding tussen overheidsorganisaties en burgers, en wordt aandacht gevraagd voor de bijdrage die een ombudsman kan leveren aan de ontwikkeling van een praktische ethiek voor verhouding tussen overheid en burger. Het onderscheid tussen behoorlijkheidsnormen en rechtsnormen als maatstaven ter beoordeling van overheidshandelen is daartoe een sine qua non. Aan de hand van voorbeelden uit de online database van rapporten van de Nationale ombudsman over de jaren 2005 en 2006 wordt gedemonstreerd wat daarom de zin van het onderscheid is, zonder dat daarbij overigens beweerd wordt dat een ombudsman de rechtmatigheid van overheidshandelen niet mag beoordelen.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070910

Recht en ontwikkeling: ‘the problem of knowledge’ nader bekeken

J.M. Otto

Sinds 1990 hebben de internationale programma's ter bevordering van de rechtsstaat in ontwikkelingslanden (rule of law promotion) een hoge vlucht genomen. Maar volgens ingewijden bestaat er een problem of knowledge. Immers, wat is eigenlijk de kennisbasis van al deze activiteiten? Wordt voldoende gebruik gemaakt van de lessen geleerd bij eerdere projecten? Is de rechtswetenschap, in het bijzonder de Nederlandse, toegerust om bijvoorbeeld te bepalen of het zinvol is informeel grondbezit te legaliseren ter bestrijding van armoede? Na een kritische rondgang langs beleidstrends en disciplines wordt een balans opgemaakt. In de huidige law, governance and development (LGD) studies worden pogingen gedaan de studie van recht in ontwikkelingslanden terug te brengen naar de context. Lessen van de koloniale rechtswetenschap, de rechtsantropologie, de develop- ment administration n de rojectenpraktijk zijn daarbij an nut.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070883

Regels en legitimiteit: bedoelde en onbedoelde effecten van regelgeving

N.J.H. Huls

In mei 2006 besloot Rita Verdonk, de toenmalige minister voor het vreemdelingenbeleid, het paspoort van het Tweede Kamerlid voor de VVD, Ayaan Hirsi Ali, in te trekken. In een recent arrest had de Hoge Raad beslist dat het liegen over de identiteit een reden kon zijn om iemands nationaliteit met terugwerkende kracht te laten vervallen. Daarom besloot minister Verdonk het paspoort van haar partijgenoot in te trekken. Omdat Ayaan had gelogen over haar ware naam, kon de minister niet anders beslissen, zei zij, want: ‘regels zijn regels’ en die gelden voor iedereen. Vervolgens gingen kamerleden en de minister in het parlement een hele avond met elkaar in debat over de vraag over hoeveel discretionaire ruimte de minister beschikte om van een regel af te wijken. Politici en bestuurders klagen wel over rechters, die zich te veel met politiek zouden bezighouden, maar in dit parlementaire debat vond het tegenovergestelde plaats. De minister en volksvertegenwoordigers redetwistten als een soort pseudo-annotatoren met elkaar over de ruimte die de jurisprudentie van de Hoge Raad liet voor afwijking in individuele gevallen van regels die zij zelf hadden opgesteld!

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070862

Tappen uit een ander buisje: regulering en technologie vraagt om multidisciplinair onderzoek

E. Asscher, B.J. Koops

Ontwikkelingen in technologie, zoals internetbellen en het kunnen onderzoeken van achtcellige embryo’s, dagen het recht uit. Regulering van nieuwe technologie vraagt om een multidisciplinaire aanpak en een brede blik. In dit artikel schetsen wij aan de hand van twee voorbeelden, de aftapbaarheid van telecommunicatie en pre-implantatie genetische diagnostiek, waarom het nodig is om inzichten uit andere disciplines dan het recht, zoals ethiek, economie, ICT en genetica, te betrekken bij hedendaagse reguleringsvragen. Een multidisciplinaire aanpak helpt de wetgever bij het maken of actualiseren van wetten, maar leert ook dat een brede blik nodig is: andere reguleringsvormen, zoals organisatorische maatregelen, standaardisatie en voorlichting, zijn even belangrijk om actuele maatschappelijke vragen op te lossen.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070844

Voorwoord

Ars Aequi Redactiecommissie

In dit redactionele voorwoord wordt aangegeven wat het onderwerp is van het Bijzonder Nummer van november 2007. In het Bijzonder Nummer staat de multidisciplinaire bestudering van de Rechtswetenschap centraal.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap | Opinie | Redactioneel
November 2007
AA20070829

Wetgevingskwaliteit en onderzoek

Ph. Eijlander

De redactie van Ars Aequi heeft mij gevraagd om voor dit bijzonder nummer over multidisciplinair onderzoek in de rechtswetenschap een bijdrage te schrijven over de betekenis van kennis, verkregen uit multidisciplinair onderzoek, voor de wetgeving en de kwaliteit van wetgeving. Tevens is de vraag opgeworpen welke rol de zogenoemde evaluatie ex-ante in dat verband kan spelen. Ik heb dat verzoek graag aanvaard en zal in het vervolg ingaan op de gestelde vragen. Ik volg daarbij de volgende opzet en indeling. Eerst ga ik in paragraaf twee in op de verhouding tussen het onderwijs en onderzoek op het terrein van de wetgeving en de rechtswetenschap. Welke disciplines vormen – de kern van – de wetgevingsleer? Vervolgens werp ik de vraag op hoe het is gesteld met de feitelijke onderbouwing van de wetgeving die tot stand komt. Paragraaf drie gaat daar op in. In het proces van wetgeving strijden uiteenlopende perspectieven om de voorrang en in die arena kan meer of minder ruimte worden gegeven aan inzichten en gegevens op basis van onderzoek. In die context kan ook de genoemde evaluatie exante worden geplaatst. De vraag is overigens, of het gebruik van het begrip evaluatie hier wel op zijn plaats is. Is dit niet een te pretentieuze benaming voor wat in de wetgevingspraktijk geschiedt? De nadere uitwerking van dit algemene punt van de kennis- en informatiegevoeligheid van de wetgeving volgt in paragraaf vier. Daar gaat het bijvoorbeeld over verschillende soorten informatie en onderzoek en ook over de diversiteit in wetgevingsprojecten. Dan kan ook de kwestie van de bijzondere betekenis van multidisciplinair onderzoek worden geadresseerd. Deze bijdrage besluit met de belangrijkste conclusies.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
November 2007
AA20070904