Vind een bijzonder nummer

Kies het jaar of thema van het bijzonder nummer en ga naar de aflevering.

Deeplink naar deze pagina:
https://arsaequi.nl/bijzondernummer/1996

Bijzonder nummer 1996 – Rechtsharmonie – Wetsharmonie

(Dis)harmonie op het gebied van de intellectuele eigendom

D.W.F. Verkade

De intellectuele eigendom (auteurs-, merken-, octrooirecht, en nog een stuk of vijf rechten; hierna: i.e.) levert een prototype op van een rechtsgebied dat het bij harmonisatie ‘nooit goed kan doen’. In de afgelopen 25 jaar is de intellectuele eigendom (die volgens het Nieuw BW niet eens meer ‘eigendom’ zou mogen heten) per deelgebied dermate internationaal vastgepind, dat aan een nationaal harmoniserend Boek 9 NBW zoals Meijers zich dat voorstelde, niet meer valt te denken. Op typische (algemeen)vermogensrechtelijke en rechtshandhavingsonderdelen valt er zonder strijd met internationale regels in nationale context nog wel iets te harmoniseren, als de i.e.-lobby daarbij niet te zeer dwars ligt. Daarmee kan een bij de invoering van het NBW in 1992 gemiste kans nog worden gerepareerd.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960339

Boek 1 BW in het gareel

S.F.M. Wortmann

Bij een samenleving die zich onder andere kenmerkt door voortdurende verandering, past een familierecht dat zich bedient van open normen. Voor dit onderdeel van het recht zijn dergelijke open normen 'het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven' en de mogelijke beperkingen op de uitoefening van dat recht in verband met de rechten en belangen van anderen, vooral het kind. Voortdurende maatschappelijke veranderingen zullen tot voortdurende aanpassingen van het familierecht leiden. In Nederland vervult daarbij de rechter een speciale rol door de directe werking van artikel 8 EVRM. Hoewel rechterlijk activisme niet wordt toegejuicht, zal dit waarschijnlijk niet te vermijden zijn. Ook een degelijk wettelijk systeem zal daarom steeds op aanpassing (verfijning) door de rechter kunnen rekenen. Grotere rechtsonzekerheid en geringere voorspelbaarheid van het familierecht zijn daaraan inherent.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960301

Boek 8 en het internationale uniforme vervoerrecht

R. Cleton

Nederland is partij bij een groot aantal verdragen op het gebied van het vervoerrecht. De inhoud van de meeste verdragen is in Boek 8 BW verwerkt. Dit artikel gaat in op de wijze waarop de verdragsregels in Boek 8 zijn geïncorporeerd en de kritiek die is geleverd op de door de wetgever gevolgde methode. Tevens wordt stilgestaan bij het bekende Portalon-arrest van de Hoge Raad en het antwoord daarop van de wetgever. Hoewel men een vraagteken kan zetten bij de wenselijkheid van de incorporatie van rechtstreeks werkende verdragsbepalingen in Boek 8, zijn er argumenten die pleiten ten gunste van deze methode van implementatie van verdragen.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960332

De besloten vennootschap in Boek 2 BW

F.G.H. Kristen

De BV is naar aanleiding van de Eerste Richtlijn in ons rechtsstelsel geïntroduceerd. Deze vennootschapsvorm is een kopie van de NV; beide worden opgevat als een instituut. Is de besloten vennootschap harmonieus geregeld zowel wat betreft de inpassing in Boek 2 BW (wetsharmonie), als wat betreft de behoeften in de praktijk (rechtsharmonie)? Deze twee vragen staan in dit artikel centraal.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960315

De wisselwerking tussen Europees en nationaal bestuursrecht: nog probleemloos samengegaan

M. Scheltema

In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag hoe de onderlinge verhouding tussen Europees en nationaal bestuursrecht het best vorm kan krijgen. Daarbij staat het algemeen deel van het bestuursrecht of wat daartoe zou kunnen behoren centraal. Duidelijk zal worden dat keuzes gemaakt moeten worden, omdat er wel degelijk het gevaar bestaat dat de ontwikkeling op het ene gebied de kwaliteit van het recht op het andere gebied verstoort. Aangezien het Europese recht steeds boven het nationale recht gaat, betekent dit in de praktijk dat een ondoordachte vormgeving van het communautaire bestuursrecht ten koste kan gaan van het nationale bestuursrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960363

Europese regels en het strafprocesrecht

Y. Buruma

Behoudens de invloed van (de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens over) het EVRM, lijken er de volgende factoren te bestaan die een disharmoniërende invloed kunnen hebben op het strafprocesrecht zoals vervat in het Wetboek van Strafvordering: de eerste pijler, Schengen, de der¬de pijler en Europol. Deze factoren en hun potentiële invloed worden in onderstaand artikel tegen het licht gehouden.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960386

Europese wanklanken in de Nederlandse sociale symfonie?

A.T.J.M. Jacobs

Het nationale sociale recht is een bonte mengeling van normen, vervat in de wet, lagere wetgeving, beleidsregels, cao’s, reglementen, etcetera. Kan in dat veelkleurige patroon de Europese wetgeving moeiteloos geïntegreerd worden of levert dat problemen op?

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960355

Het milieurecht in disharmonie?

Th.G. Drupsteen

Of er in het milieurecht sprake is van wetsharmonie en rechtsharmonie is moeilijk vast te stellen. Enerzijds staat dit jonge rechtsgebied voortdurend bloot aan invloeden van buiten. Anderzijds heeft het zelf nog niet een zodanig duidelijke systematiek ontwikkeld dat deze zouden leiden tot disharmonie.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960371

Inleiding (Bijzonder nummer 1996: Rechtsharmonie – wetsharmonie)

M.F.J. Haak, P. Kreijger, F.G.H. Kristen, A. van Vught

Inleiding bij het bijzonder nummer dat in het teken staat van het wettenrecht. In deze korte inleiding worden enige historische kanttekeningen gezet bij recht dat neergelegd is in codificaties en dat waar wetgeving voorheen nationaal van aard is daar door verdragen en supranationaal recht ook invloeden van buiten de landsgrenzen zijn.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960291

Produktenaansprakelijkheid: de voordelen van een dualistische rechtsorde

E.H. Hondius

Aan de hand van de produktenaansprakelijkheid wordt in deze bijdrage bekeken in hoeverre Europese Richtlijnen een disharmoniërende invloed hebben op het functioneren van het Nederlandse recht. Voorzover deze disharmonie bestaat, wordt zij nog vergroot door het samenbrengen van regelgeving van ver¬schillende herkomst in één wetboek, hoewel de voordelen hiervan de nadelen ruimschoots compenseren. Betoogd wordt dat een dualistisch rechtsstelsel een heilzaam effect kan hebben op de rechtsontwikkeling.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960324

Rechtseenheid als monoliet of als open constructie

I.C. van der Vlies

In dit artikel wordt beschreven hoe het Europese recht anders ingericht kan worden zodat de wetgeving van de Lid-staten en de EG beter op elkaar afgestemd kunnen worden.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960293

Rechtsharmonie en wetsharmonie in het internationale strafrecht

G.A.M. Strijards

In het Wetboek van Strafrecht zijn slechts enkele, meer incidentele wezensvreemde elementen tengevolge van internationaal recht aan te wijzen. In dit artikel zal aangetoond worden dat buiten het Wetboek van Strafrecht om belangrijke ontwikkelingen gaande zijn, welke nopen tot het heroverwegen van introverte kenmerken van het Wetboek van Strafrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960378

Veelheid van rechtsbronnen: één IPR?

A.V.M. Struycken

Het recht verdraagt geen wanorde. Wanordelijk recht schiet tekort in het doen ontstaan en voortbestaan van gerechtigheid in de maatschappelijke verhoudingen. De redactiecommissie van dit Bijzonder nummer ziet een probleem ontstaan; zij vindt het althans van belang zich de vraag te stellen of de harmonie in het recht heden ten dage kan worden behouden bij de veelheid en de betekenis van de niet-Nederlandse rechtsbronnen. In het onderstaande wordt gepoogd enige gedachten te ontwikkelen over de wijze waarop de wetgever bij voorkeur te werk zou moeten gaan in de sector internationaal privaatrecht (IPR). Eerst wordt ingegaan op de vraag waar de Nederlandse wetgever de wettelijke voorschriften van IPR bij voorkeur zou moeten onderbrengen (I). Vervolgens komt aan de orde de vraag hoe verdragsregels en EG-voorschriften zouden moeten worden ingepast (II).

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960347

Wat hebben de Europese Richtlijnen in ons vennootschapsrecht aangericht?

L. Timmerman

In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de Europese Richtlijnen inzake het vennootschapsrecht afbreuk hebben gedaan aan de systematiek van het Nederlandse vennootschapsrecht. Het antwoord op deze vraag dient naar mijn inzicht te zijn dat de systematiek van het Nederlandse vennootschapsrecht als gevolg van de impuls van de Europese Richtlijnen op een aantal punten verbeterd is. Het Nederlandse vennootschapsrecht heeft in het algemeen een heilzame invloed van de Europese Richtlijnen ondergaan. Hiervan geef ik een aantal voorbeelden in paragraaf 2. Op een beperkt aantal punten lijken de Richtlijnen aan de Nederlandse wetgever oplossingen te hebben opgedrongen die niet goed in het Nederlandse privaat- en vennootschapsrecht passen. Deze gevallen komen aan de orde in paragraaf 3.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie – Wetsharmonie
Mei 1996
AA19960309